Je browser stelt zich bij elke pagina voor. Dit is wat er in dat visitekaartje staat.
Bij elk verzoek stuurt je browser een user agent mee: één regel tekst met de naam en versie van je browser en van je besturingssysteem. Websites bepalen daarmee welke versie van een pagina ze sturen, en analysepakketten tellen er hun bezoekers mee.
Die regel is een rommeltje uit de jaren negentig. Vrijwel elke user agent begint met Mozilla/5.0, ook die van Chrome, Safari en Edge, omdat browsers zich ooit voor elkaar moesten uitgeven om niet de kale versie van een site te krijgen. Chrome ruimt dat langzaam op met client hints: losse velden voor merk, versie en platform, die je hierboven ook ziet staan.
Verder pikt een pagina van alles op zonder iets te vragen. Je schermformaat, hoeveel kleuren dat scherm aankan, je voorkeurstalen, of je een donker thema gebruikt, hoeveel processorkernen je hebt en welke videokaart het tekenwerk doet. Los zegt dat weinig; bij elkaar maakt het je herkenbaar, en daar leunt fingerprinting op.
De tekstregel waarmee je browser zich voorstelt aan elke website die je bezoekt. Er staat in welke browser je gebruikt, welke versie en op welk systeem.
Puur geschiedenis. In de jaren negentig stuurden websites hun beste versie alleen naar Netscape, dus gingen andere browsers zich ook Mozilla noemen. Niemand durft het er nog uit te halen.
Ja, met een extensie of via de ontwikkelaarstools van je browser. Websites laten zich daar makkelijk mee foppen, maar je valt er eerder meer door op dan minder.
Omdat je scherm meer fysieke pixels heeft dan het in CSS-pixels rapporteert. Een verhouding van 2 of 3 is normaal op telefoons en op laptops met een scherm van hoge resolutie.
Via WebGL, de techniek voor 3D-beeld in de browser. Die geeft de naam van je grafische chip door, zodat een site weet wat hij kan tekenen.